Overnachten

palacio-de-rojas

Als je in een B&B, hotel, aparthotel of appartement gaat overnachten, is het handig om te weten hoe je iets vraagt aan het hotelpersoneel. Denk bijvoorbeeld aan een matras die vies is en waarvoor je een andere wil. Of je wilt weten wat de tijden zijn om aan tafel te schuiven voor een lekker ontbijtje.  

Soort verblijf
Het hotel = el hotel
Het B&B = el B&B (uitspraak: bè y bè)
Een hostel = un hostal
Een appartement = un apartamento

Slaapkamer
Kamer = habitación
Slaapkamer = dormitorio
Bed = cama
Beddengoed = ropa de cama
Kussen = cojín
Kussensloop = funda de almohada
Matras = colchón
Dekbed = edredón
Kast = armario
Kleding = ropa

blue-moon

Woonkamer
Woonkamer = sálon / sala de estar
Televisie = televisión
Bank = sofá
Stoel = silla
Radio = radio
Tafel = mesa
Bureau = escritorio
Luz = licht
Lámpara = lamp

palacio-de-rojas

Badkamer
Badkamer = baño (cuarto de baño)
Bad = bañera
Douche = ducha
Wasbak = lavado
Spiegel = espejo
Toilet = aseo
Handdoek = toalla
Shampoo = champú
Douchegel = gel de ducha
Zeep = jabón
Douchekop = cabeza de ducha
Warm = caliente
Koud = fría/frío
Toiletpapier = papel higiénico
Wasrek = tendedero
Wasmachine = lavadora
Strijkijzer = hierro

palacio-de-rojas

Keuken
Keuken = cocina
Pan = cazuela
Koekenpan = sartén
Oven = horno
Magnetron = horno microhondas
Waterkoker = hervidor
Bestek = cubierto (s)
Mes = cuchillo
Vork = tenedor
Lepel = cuchara
Bord = plato
Koffiezetapparaat = cafetera
Vaatwasser = lavaplatos
Vaatdoek = paño de cocina

palacio-de-rojas

Ontbijt
Ontbijt = desayuno
Brood = pan
Cakeje = magdalena
Croissant = cruasán
Chocoladebroodje = napolitana de chocolate
Roombroodje = napolitana de crema
Ontbijtgranen = cereales
Noten = nueces
Chiazaad = semillas de chia
Yoghurt = yogur

Jam = marmelada
Avocado = aguacate
Kaas = queso
Ham = jamón
Worst = salchichón
Chorizo = chorizo
Boter = mantequilla

Fruit = fruta (s)
Banaan = plátano
Kiwi = kiwi
Framboos = frambuesa
Aardbei = fresa
Zwarte bes = grosella negra
Braam = mora
Ananas = piña
Appel = manzana
Sinaasappel = naranja
Mandarijn = mandarina
Açai = açai

Jus d’orange = zumo de naranja
Melk = leche
Koffie = café americano
Espresso = café solo
Espresso met melk = cortado
Cappuccino = capuchino
Koffie met melk = café con leche
Water = agua
Champagne = champán

Zalamera

Extra
Folder (toerisme) = folleto de turismo
Zwembad = piscina
Terras = terraza

Ergens om vragen
Zijn er nieuwe handdoeken? = Hay nuevas toallas?
Kunt u mij schone handdoeken geven? = Puede darme toallas limpias?
Kunt u mij schone handdoeken brengen? = Puede traerme toallas limpias?

Is het inclusief ontbijt? = Incluye desayuno? El desayuno está incluido?

Kan ik met creditcard betalen? = Puedo pagar con tarjeta de crédito?

Heeft u een tweepersoonskamer met twee bedden? = Hay una habitación para dos personas con dos camas individuales?

Antwoord geven
Personeel = p, gast = g, tussen haakjes is elke keer letterlijk

P: cuantas toallas? (Hoeveel handdoeken?)
G: cuatro, por favor. (Vier, alstublieft)

P: necesita algo más? (Heeft u nog meer nodig?)
G: no, gracias. (Nee, bedankt)
G: si, hay un folleto con información sobre Valencia? (Ja, is er een folder met informatie over Valencia?)

Ongemakkelijke momenten
De handdoeken zijn vies. Kunt u mij nieuwe handdoeken brengen? = Las toallas están sucias. Puede traerme toallas limpias?
De kamer is niet schoongemaakt. Kunt u die schoonmaken? = No ha limpiado la habitación. Puede limpiarla?
Heeft u meer toiletpapier voor mij? = Tiene más papel higiénico para mi?